Naar hoofdinhoud

Artikel 16

Structurele of tijdelijke vervoershandicap

Onderdeel van Beleidsregels leerlingenvervoer gemeente Westerkwartier 2020

Voor het bepalen of een leerling een vervoershandicap heeft gaan wij uit van de in de verordening opgenomen kenmerken, dat wil zeggen dat een leerling door een vervoershandicap geen gebruik kan maken van het openbaar vervoer ook niet onder begeleiding. Er wordt onderscheid gemaakt tussen een structurele en tijdelijke handicap. In het leerlingenvervoer kennen we geen tijdelijke vervoershandicap. De gemeente verzorgt geen vervoer om tijdelijke medische redenen, bijvoorbeeld als een leerling een gebroken been heeft. Ouders hebben hier zelf een verantwoordelijkheid in. In sommige gevallen vergoedt de ziektekostenverzekeraar een gedeelte. Echter, het kan voorkomen dat een leerling een zware operatie moet ondergaan of een meervoudige ledematenbreuk heeft opgelopen, met als gevolg dat hij een groot gedeelte van het schooljaar geen gebruik kan maken van het openbaar vervoer vanwege herstel of revalidatie. Daarbij hanteert de gemeente de volgende regels: bij een tijdelijke vervoershandicap tot drie maanden bestaat geen aanspraak op leerlingenvervoer, bij een tijdelijke vervoershandicap die langer duurt dan drie maanden bekijkt de gemeente of de leerling in aanmerking komt voor leerlingenvervoer. De gemeente geeft een beschikking af voor de duur van het herstel en/of de revalidatie. Als de noodzaak voor het vervoer verdwijnt, heeft de leerling geen recht meer op leerlingenvervoer.

Rechtspraak bij dit artikel