Indien de afstand van de woning naar de dichtstbijzijnde toegankelijke school voor basisonderwijs (zoals bedoeld in de Wet op het primair onderwijs) meer dan 20 kilometer bedraagt, wordt de vastgestelde bekostiging verminderd met een van de financiële draagkracht van de ouders afhankelijk bedrag.
In geval het college in plaats van bekostiging in geld toe te kennen het vervoer zelf verzorgt dan wel doet verzorgen, en de afstand van de woning naar de dichtstbijzijnde toegankelijke school voor basisonderwijs meer dan 20 kilometer bedraagt, betalen de ouders een van de financiële draagkracht afhankelijke bijdrage tot ten hoogste het bedrag van de kosten van het vervoer.
De hoogte van het bedrag als bedoeld in het eerste lid en de bijdrage als bedoeld in het tweede lid worden berekend per gezin en zijn afhankelijk van de hoogte van het inkomen van de ouders.
Zij bedragen:
Inkomen in Euro’s Eigen bijdragen in Euro’s
0 – 35.500 Nihil
35.500 – 42.000 145,00
42.000 – 48.500 615,00
48.500 – 55.000 1.150,00
55-000 – 62.500 1.680,00
62.500 – 69.000 2.210,00
69.0 meer Voor elke € 5.000,00 extra: € 545,00 erbij
De inkomensbedragen, genoemd in het derde lid, worden jaarlijks aangepast aan de wijziging die het indexcijfer van de regelingslonen van volwassen werknemers heeft ondergaan ten opzichte van 1 januari van het voorafgaande jaar, en rekenkundig afgerond op een veelvoud van € 500,00, overeenkomstig de jaarlijkse berekening van de Vereniging van Nederlandse gemeenten, en zijn van toepassing op het eerstvolgende schooljaar. De aanpassing vindt voor het eerst plaats op 2 april 2020.
De bedragen van de eigen bijdrage, bedoeld in het derde lid, worden jaarlijks aangepast aan de wijziging die het consumentenprijsindexcijfer van de reeks alle huishoudens op het onderdeel vervoersdiensten heeft ondergaan ten opzichte van 1 januari van het voorgaande jaar en rekenkundig afgerond op een veelvoud van € 5,- en zijn van toepassing op het eerstvolgende schooljaar. De aanpassing vindt voor het eerst plaats op 2 april 2020.
Deze bepaling is niet van toepassing op leerlingen die wegens hun structurele lichamelijke, verstandelijke, zintuiglijke en/of psychische handicap op ander vervoer dan openbaar vervoer zijn aangewezen, dan wel vanwege een zodanige handicap niet zelfstandig van openbaar vervoer gebruik kunnen maken.