De voorzitter van de commissie bepaalt plaats en tijdstip van de zitting waarin de belanghebbenden en het bestuursorgaan in de gelegenheid worden gesteld zich door de commissie te laten horen.
De voorzitter beslist over de toepassing van artikel 7:3 van de Awb (afzien van horen belanghebbenden).
Indien de voorzitter op grond van het tweede lid besluit af te zien van het horen, doet hij daarvan mededeling aan de belanghebbenden en het bestuursorgaan.
Hoofdstuk 2
Artikel 9.
Hoorzitting
Onderdeel van Verordening op de commissie voor bezwaarschriften 2020