Naar hoofdinhoud

Artikel 11

Weigeringsgronden

Onderdeel van Subsidieregeling Beschermd Wonen 2020

De aanvraag voor een subsidie wordt naast het in artikel 4:25, lid 2 Awb genoemde geval geweigerd als: de Europese Commissie overeenkomstig artikel 108, derde lid, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie heeft vastgesteld dat de subsidie onverenigbaar is met de interne markt; het een aanvrager betreft tegen wie een bevel tot terugvordering uitstaat ingevolge een eerdere beschikking van de Europese Commissie waarin de steun onrechtmatig en onverenigbaar met de interne markt is verklaard; de aanvraag niet past binnen het gemeentelijke beleid; de gelden naar redelijke verwachting niet of in onvoldoende mate zullen worden besteed aan de doelstellingen waarvoor de subsidie beschikbaar wordt gesteld; de aanvrager doelstellingen beoogt of activiteiten zal ontplooien, die in strijd zijn met de wet- en regelgeving, het algemeen belang of de openbare orde; de activiteiten uitsluitend of in hoofdzaak het doel hebben het uitdragen van overtuigingen en denkbeelden van religieuze, levensbeschouwelijke of politieke aard; de te subsidiëren activiteiten niet of niet in overwegende mate gericht zijn op de gemeente of haar ingezetenen of als ze onvoldoende ten goede komen aan de gemeente of haar ingezetenen. De aanvraag voor een subsidie kan naast de in artikel 4:35 Awb genoemde gevallen geheel of gedeeltelijk worden geweigerd: als aan de aanvrager voor dezelfde activiteiten reeds door enig bestuursorgaan een subsidie is verstrekt; als niet is aangetoond dat de subsidie noodzakelijk is voor het verrichten van de activiteiten waarvoor deze wordt gevraagd; in het geval en onder de voorwaarden, bedoeld in artikel 3 van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur; als de aanvraag niet voldoet aan de regels die zijn gesteld om voor subsidie in aanmerking te komen; als de aanvrager niet alle benodigde vergunningen, ontheffingen en/of vrijstellingen ten behoeve van de gesubsidieerde activiteiten heeft gekregen; indien het college van mening is dat de egalisatiereserve van dusdanige omvang is dat de subsidie niet (geheel) nodig is. Het college kan een subsidie in ieder geval intrekken in het geval en onder de voorwaarden, bedoeld in artikel 3 van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur. Het college vordert een subsidie met rente terug als dit nodig is ter uitvoering van een terugvorderingsbesluit van de Europese Commissie of een onherroepelijke rechterlijke uitspraak. Het college kan in een subsidieregeling aanvullende weigerings-, intrekkings-en terugvorderingsgronden opnemen. Daarnaast wordt de subsidie in ieder geval geweigerd, indien: de aanvraag niet past binnen wet- en regelgeving en BW-beleid; de aanvraag geen betrekking heeft op zittende BW-cliënten; de aanvraag geen betrekking heeft op afschaling van zittende BW-cliënten; het eindpercentage Return on investment negatief is (dus de investering levert minder op dan dat het kost); activiteiten of maatregelen reeds regulier vanuit de bestaande BW arrangementen worden gefinancierd; de activiteiten als onvoldoende worden beoordeeld op basis van de in artikel 6 van deze subsidieregeling genoemde criteria; niet wordt voldaan aan het bepaalde in deze subsidieregeling.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel