Naar hoofdinhoud
In deze regeling wordt verstaan onder: mandaat: mandaat als bedoeld in artikel 10:1 van de Algemene wet bestuursrecht; volmacht: de bevoegdheid om in naam van een bestuursorgaan privaatrechtelijke rechtshandelingen te verrichten; machtiging: de bevoegdheid om in naam van een bestuursorgaan feitelijke handelingen te verrichten, niet zijnde besluiten als bedoeld in artikel 1:3 van de Algemene wet bestuursrecht; ondertekeningsmandaat: de bevoegdheid tot het namens een bestuursorgaan ondertekenen van een door dat bestuursorgaan genomen besluit; mandaatgever: het bestuursorgaan dat de bevoegdheid laat uitoefenen door een ander; gemandateerde: degene die in opdracht van het bestuursorgaan de bevoegdheid uitoefent; mandaatregister of register: het bij deze regeling behorend overzicht waarin bevoegdheden zijn opgenomen over mandaat, volmacht en machtiging; ondermandaat: de bevoegdheid om in naam van een bestuursorgaan het mandaat van een gemandateerde in zijn plaats uit te oefenen; feitelijke handeling: een handeling die noch een besluit, noch een privaatrechtelijke rechtshandeling betreft; vierogenprincipe: het bevorderen van de kwaliteit van besluitvorming in ondermandaat waarbij een ander dan de opsteller een concept besluit of product tegenleest.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel