Naar hoofdinhoud
1.. Een verleend mandaat omvat naast het nemen en ondertekenen van besluiten, ook het verrichten van alle voorbereidings- en uitvoeringshandelingen die bij de uitoefening van de bevoegdheid behoren, waaronder: het behandelen en in ontvangst nemen van een aanvraag; het uitnodigen om een incomplete aanvraag aan te vullen; het verstrekken van mondelinge of schriftelijke informatie en gegevens van feitelijke en objectieve aard; het uitreiken of toesturen van ontvangstbewijzen; het voeren van overige correspondentie; besluiten tot het opschorten en verdagen van een beslistermijn; het inwinnen van adviezen en inlichtingen; het verbinden van voorschriften en voorwaarden en het opleggen van beperkingen; het bekendmaken van besluiten, daar waar de verplichting daartoe wettelijk is voorgeschreven. 2.. Een verleend mandaat omvat niet de bevoegdheid om een begunstigend besluit in te trekken, tenzij: het een gebonden beschikking betreft waarbij de wettelijke regeling waarop de beschikking berust zelf voorziet in de mogelijkheid tot intrekking; de intrekking plaats vindt op uitdrukkelijk verzoek van of namens de direct belanghebbende en derden hiervan geen nadeel ondervinden; in het mandaatregister hierin expliciet is voorzien. 3.. Een verleend mandaat omvat niet de bevoegdheid om te besluiten op een ingediend bezwaarschrift, tenzij dit in het mandaatregister expliciet is bepaald. 4.. De gemandateerde is bevoegd tot het nemen van besluiten als vermeld in het bijgevoegde mandaatregister, tenzij: bij betrokkenheid van meerdere organisatorische eenheden één of meer van deze organisatorische eenheden over het te nemen besluit een afwijkend of negatief advies heeft uitgebracht; er sprake is van een afwijkend of negatief advies afkomstig van een extern adviseur; de verantwoordelijke portefeuillehouder te kennen heeft gegeven dat deze het voorgenomen besluit aan het ter zake bevoegde bestuursorgaan wil voorleggen; de mandaatgever vooraf te kennen heeft gegeven zelf te willen beslissen; het besluit een afwijking zou inhouden van bestaand beleid (waaronder beleidsregel of vaste gedragslijn), richtlijnen, voorschriften en bij gebruik van een hardheidsbepaling; het besluit zou leiden tot overschrijding van budgetten of kredieten of anderszins niet voorziene financiële consequenties; tegen het voorgenomen besluit eerder zienswijzen zijn ingebracht; er persoonlijke betrokkenheid van de gemandateerde of van diens plaatsvervanger bij het te nemen besluit bestaat. 5.. Indien zich één of meer van de in het vierde lid onder a tot en met h omschreven situaties voordoet, dan besluit het ter zake bevoegde bestuursorgaan zelf tenzij in het mandaatregister expliciet een uitzondering is gemaakt.

Rechtspraak bij dit artikel