De raad stelt bij aanvang van iedere raadsperiode in ieder geval vast:
een programma-indeling voor die raadsperiode;
de beoogde maatschappelijke effecten en de wijze waarop gestreefd wordt die effecten te bereiken
de beleidsindicatoren per programma, met daarbij ten minste de verplichte beleidsindicatoren uit artikel 25, tweede lid, onder a, van het BBV;
over welke onderwerpen hij in extra paragrafen naast de verplichte paragrafen van de begroting en de jaarstukken kaders wil stellen en wil worden geïnformeerd.