Naar hoofdinhoud
1.. Op verzoek kan, binnen de grenzen van artikel 18a lid 13 en lid 14 Participatiewet, artikel 20a, lid 12 en lid 13 IOAW en artikel 20a lid 12 en lid 13 IOAZ, de vordering bestuurlijke boete, geheel of gedeeltelijk worden kwijtgescholden als: debiteur mee werkt aan een schuldregeling. de debiteur vanaf het moment dat de boete is opgelegd gedurende ten minste één jaar niet opnieuw een overtreding wegens eenzelfde gedraging heeft begaan; de boete niet is opgelegd wegens een overtreding ten aanzien waarvan van opzet of grove schuld sprake was; 2.. Het in het eerste lid bedoelde verzoek kan niet eerder worden ingediend dan één jaar na de datum van het besluit, waarmee de boete is opgelegd. 3.. Als positief op het verzoek wordt beslist hoeft het resterende bedrag aan boetevordering, vanaf datum verzoek volgens het eerste lid, niet terugbetaald te worden. 4.. Als binnen een termijn van 5 jaar, gerekend vanaf het moment waarop het positieve besluit op het in het eerste lid bedoelde verzoek is genomen, blijkt dat de debiteur opnieuw een overtreding wegens eenzelfde gedraging begaat, wordt het positieve besluit ingetrokken en dient het ten tijde van dat besluit nog resterende boetebedrag, alsnog betaald te worden

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel