Er kan binnen de grenzen van artikel 58 Participatiewet, artikel 25 IOAW en artikel 25 IOAZ, geheel of gedeeltelijk van terugvordering worden afgezien als vastgesteld wordt dat:
daarvoor dringende redenen aanwezig zijn en het college geheel of gedeeltelijk van (verdere) terugvordering afziet.
het terug te vorderen bedrag lager is dan € 51, - netto en de vordering niet het gevolg is van het schenden van de inlichtingenplicht.
Het onder 1 en 2 gestelde is niet van toepassing als er sprake is van een fraudevordering of een boete.
Artikel 6