Als de debiteur een inkomen heeft op bijstandsniveau, bedraagt de aflossingsverplichting 5% van de van toepassing zijnde bijstandsnorm per maand, inclusief vakantietoeslag, waarbij rekening wordt gehouden met een beslagvrije voet van 95%.
De aflossingsverplichting van een debiteur, waar de uitkering ingevolge de Participatiewet of IOAW-, of IOAZ is beëindigd i.v.m. werkaanvaarding, wordt gedurende een periode van 12 maanden na beëindiging van die uitkering gelijkgesteld aan de aflossingsverplichting van een debiteur met een inkomen op bijstandsniveau zie lid 1.
Als de debiteur een inkomen boven bijstandsniveau heeft, wordt de aflossingsverplichting zoals genoemd in lid 1, na de periode zoals genoemd in lid 2, vermeerderd met 50% van het verschil tussen het inkomen en de toepasselijke bijstandsnorm.
Als daarvoor dringende redenen aanwezig zijn kan het college tijdelijk afzien van het opleggen van een aflossingsverplichting.
In geval van beslaglegging door een derde, dient de aflossingsverplichting ingevolge de bovengenoemde leden voor alle vorderingen te worden bepaald op de volledige beslagruimte zoals aangegeven in artikel 475d lid 1 en 2 van het wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering.
Artikel 8