Naar hoofdinhoud
De aangifte wordt in persoon gedaan, of als het gaat om personen als bedoeld in artikel 2, lid 1 onder f en g , lid 2, lid 3 en lid 4 genoemde personen door hun (wettelijke) vertegenwoordiger of gemachtigde. De aangifte wordt gedaan in de gemeente waar het briefadres zich bevindt. De aangever is verplicht om bij de aangifte tot briefadres alle benodigde stukken te overleggen. Onder benodigde stukken als bedoeld in het derde lid wordt in ieder geval verstaan: een geldig identiteitsbewijs van de briefadresaanvrager; de schriftelijke verklaring van de aangever met reden voor de aangifte en de te verwachten periode dat het briefadres noodzakelijk is en een opgave van de adressen waar de aanvrager de komende periode verblijft; een geldig identiteitsbewijs of een kopie ervan en een schriftelijke verklaring van instemming van de briefadresgever; een ingevulde en ondertekende vragenlijst briefadres; bewijs dat de aanvrager geen vast verblijfadres heeft, zoals ondertekende verklaringen van een bewoner van de adressen waar aanvrager komende periode verblijft, met een geldig identiteitsbewijs of kopie van het identiteitsbewijs van diegene die de verklaring aflegt; bewijs dat aanvrager zich heeft laten inschrijven voor een woning of actief zoekende is naar een woning blijkende bv. uit schriftelijke reacties of reacties via internet van woningverhuurders; als de aanvrager een woning in het vooruitzicht is gesteld een origineel huur- of koopcontract (geen afschrift) van deze woning; voor Blijf-van-mijn-lijf-huis aanvragers geldt een aangepaste werkwijze. Als het briefadres gevraagd wordt op grond van artikel 2, lid 4, is een schriftelijke verklaring van de burgemeester noodzakelijk waaruit blijkt dat opname op een woonadres niet wenselijk is. Als het briefadres noodzakelijk is op grond van artikel 2, lid 1 onder f en g, dient de noodzakelijkheid te blijken uit een onderliggend dossier. De briefadresgever kan maximaal aan twee gezinshuishoudens, aan twee alleenstaanden of aan een gezinshuishouden en een alleenstaande toestemming geven een briefadres te houden. Lid 6 van dit artikel is niet van toepassing indien de briefadresgever het college van burgemeester en wethouders betreft of een door dit college aangewezen rechtspersoon, bedoeld in artikel 2.42 onder b van de Wet BRP; Als het briefadres gevraagd wordt op grond van artikel 2, lid 5, is een schriftelijk advies van het Woonfraudeteam nodig. Bepaald wordt voor hoe lang er briefadres gegeven wordt en onder welke voorwaarden. Er wordt ook toezicht gehouden op naleving van de afspraken. Indien het briefadres van gemeentewege door de gemeente Den Helder ter beschikking is gesteld op het stadhuis, Kerkgracht 1, 1782 GJ te Den Helder, dient de aanvrager op vertoon van zijn legitimatiebewijs minimaal één maal per week zijn of haar post op te halen bij het Klantcontactcentrum (receptie) van het stadhuis.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel