**1..** Gezien het gestelde opgenomen in de aanleiding gedogen de burgemeester en het college, ieder voor zover het hun bevoegdheid betreft, dat terrassen tijdelijk worden uitgebreid of dat er een terras wordt gevestigd ten behoeve van een horecabedrijf. Dit in verband met de COVID-19 pandemie. Er wordt gehandeld in strijd met regels opgenomen in diverse wet- en regelgeving en in verstrekte vergunningen die betrekking hebben op het vergroten dan wel vestigen van een terras. Zowel bij de burgemeester als het college rust de ‘beginselplicht tot handhaving’. Dat wil zeggen dat tegen een overtreding in beginsel handhavend opgetreden moet worden. Volgens vaste jurisprudentie moet in geval van een overtreding in eerste instantie worden bekeken of legalisering mogelijk is. Daarnaast zal er een belangenafweging moeten plaatsvinden, waaruit kan blijken dat er toch situaties zijn waarbij het wenselijk is om niet op te treden, ondanks het feit, dat (nog) niet aan de eisen wordt voldaan; er zijn bijzondere omstandigheden op grond waarvan van handhaving kan worden afgezien. Met andere woorden: de overtreding wordt gedoogd.
**2..** Er is hier sprake van een dusdanige bijzondere situatie dat handhavend optreden disproportioneel is ten opzichte van de belangen van ondernemers. De burgemeester en het college, ieder voor zover het hun bevoegdheid betreft, kunnen het uitbreiden en vestigen van terrassen tijdelijk gedogen en niet handhavend optreden, mits
het horecabedrijf beschikt over een gedoogbesluit en
wordt voldaan aan de gedoogvoorschriften opgenomen in het gedoogbesluit en in deze beleidsregel.
Artikel 2.