Naar hoofdinhoud
1.. Het college besluit ambtshalve tot kwijtschelding in de volgende gevallen: Geheel of gedeeltelijke kwijtschelding van bedrijfskapitaal is wettelijk mogelijk in die gevallen zoals beschreven in artikel 42, 43 en 43 a t/m d Bbz. Indien deze gevallen zich niet voordoen, dan zijn deze beleidsregels van toepassing. Bij toepassing van artikel 43 lid 2 Bbz kan besloten worden de termijn van 5 jaar aflossen, alvorens tot kwijtschelding overgegaan kan worden, met 5 jaar te verlengen indien er sprake is van verplichtingen aan bijvoorbeeld andere schulden. Na voldoen aan de verplichtingen kan tot kwijtschelding worden overgegaan, mits er geen sprake is van vermogen waarmee de vordering geheel of gedeeltelijk kan worden voldaan en alle zekerheden zijn uitgewonnen. Indien bedrijfskapitaal verstrekt is volgens de artikelen 22 of 26 Bbz en dit volgens artikel 3 Bbz 2004 niet “om niet” verstrekt kan worden, bedraagt de terugbetalingsperiode maximaal 10 jaar na beëindiging van de uitkering op grond van het Bbz 2004. Deze termijn kan na schriftelijk verzoek met maximaal 3 jaar worden verlengd. Na het voldoen aan de afgesproken aflossingsbedragen kan het restant worden kwijtgescholden, mits er geen sprake is van vermogen waarmee de vordering geheel of gedeeltelijk kan worden voldaan en alle zekerheden zijn uitgewonnen. Het college gaat niet over tot kwijtschelding als er sprake is van dwanginvordering.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel