Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4. › Afdeling 4.

Artikel 4:14

Verbod handelsreclame

Onderdeel van Algemene plaatselijke verordening Voorschoten 2020

1.. Het is verboden op door het college in het belang van het uiterlijk aanzien van de gemeente, ter voorkoming of opheffing van overlast dan wel voorkoming van schade aan de openbare gezondheid aangewezen plaatsen, buiten een inrichting in de zin van de Wet milieubeheer, zoals die wet luidde direct voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet, in de openlucht of buiten de weg de volgende voorwerpen of stoffen op te slaan, te plaatsen of aanwezig te hebben: 2.. Het verbod geldt niet voor: opschriften, aankondigingen of afbeeldingen in het inwendig gedeelte van een onroerende zaak, die niet kennelijk gericht zijn op zichtbaarheid vanaf de weg; opschriften of aankondigingen op of aan onroerende zaken, zuilen, borden, muren of andere constructies daartoe aangewezen door de overheid; opschriften of aankondigingen kleiner dan 0,50 m² en de langste zijde korter dan 1 meter die betrekking hebben op en die zijn aangebracht op een onroerende zaak en die betrekking hebben op: een openbare verkoping of een aanbieding ter verkoop, verhuur of verpachting van een onroerende zaak, zulks voor zolang zij feitelijke betekenis hebben; het beroep, de dienst of het bedrijf dat in of op de onroerende zaak wordt uitgeoefend of waarvoor die zaak is bestemd; opschriften die betrekking hebben op de naam of aard van in uitvoering zijnde bouwwerken of op de namen van degenen die bij het ontwerp of de uitvoering van het bouwwerk betrokken zijn, mits deze opschriften zijn aangebracht op borden bij of op de in uitvoering zijnde bouwwerken zelf, zulks voor zolang zij feitelijke betekenis hebben; opschriften of aankondigingen op of aan onroerende zaken dienstbaar aan het openbaar vervoer, indien deze zijn aangebracht ten dienste van dat vervoer. 3.. Dit artikel is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien bij of krachtens de Omgevingswet of de provinciale omgevingsverordening. 4.. Het verbod geldt niet voor opschriften of aankondigingen van kennelijk tijdelijke aard en voor zolang zij feitelijke betekenis hebben en indien aan de volgende eisen is voldaan: alvorens het aanbrengen ervan is het voornemen schriftelijk gemeld bij het college en het college heeft niet binnen twee weken na ontvangst van die kennisgeving haar bezwaren kenbaar gemaakt en deze opschriften of aankondigingen zullen niet langer dan negen weken op de onroerende zaak aanwezig zijn. 5.. Het verbod geldt niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Woningwet, de Wet algemene bepalingenomgevingsrecht, de Erfgoedwet, het Activiteitenbesluit milieubeheer, de Omgevingsverordening Zuid-Holland en de Erfgoedverordening Voorschoten 2016. 6.. Paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve beschikking bij niet tijdig beslissen op een aanvraag om toestemming) is niet van toepassing op de vergunning.

Rechtspraak bij dit artikel