Naar hoofdinhoud
Onder verwijzing naar artikel 3:8, lid 1 APV worden aanvragen uitsluitend in behandeling genomen indien gebruik is gemaakt van het daartoe door de burgemeester aangewezen formulier. Bij de aanvraag worden in ieder geval de volgende bescheiden en bewijsstukken overlegd: de bescheiden en bewijsstukken als bedoeld in artikel 3:8, lid 2 sub a t/m c APV; een ondertekende (intentie) huur- of koopovereenkomst waaruit blijkt dat aanvrager over de locatie beschikt of kan gaan beschikken; een ondernemingsplan waarin ten minste beschreven staat de kennis en ervaring van de aanvrager en de leidinggevenden met de coffeeshopbranche, een financieringsparagraaf, bereikbaarheids- en parkeeranalyse evenals de te hanteren huisregels; een preventieplan waarin wordt beschreven op welke wijze en met welke concrete maatregelen aanvrager de risico’s op drugsverslaving van klanten gaat voorkomen en bestrijden; een plan waarin wordt beschreven op welke wijze en met welke concrete maatregelen aanvrager gaat voorzien in de naleving van de AHOJG-I-criteria als bedoeld in de Aanwijzing Opiumwet; een veiligheidsplan waarin de concrete maatregelen beschreven worden die de aanvrager neemt ter bescherming van de openbare orde, veiligheid, volksgezondheid en het woon- en leefklimaat; een communicatieplan op welke wijze aanvrager in contact treedt en blijft met direct omwonenden en omliggende bedrijven over mogelijke zorgen en klachten over de exploitatie van de coffeeshop; volledig ingevulde en door de aanvrager ondertekende BIBOB-formulieren met alle daarbij behorende bewijsstukken waaruit onomstotelijk blijkt hoe en op welke wijze de onderneming is / wordt gefinancierd; tenzij anders bepaald in de bekendmaking als bedoeld in artikel 1 een bewijsstuk waaruit blijkt dat de vestiging van een coffeeshop op de opgegeven locatie in overeenstemming is met het vigerende bestemmingsplan. Een aanvraag die niet voldoet aan de indieningsvereisten wordt, na toepassing van artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht, buiten behandeling gesteld. Niet-volledige aanvragen worden binnen vijf werkdagen na de laatste dag van het aanvraagtijdvak, met toepassing van artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht, in de gelegenheid gesteld om de aanvraag binnen vijf werkdagen aan te vullen. De aanvraag dient uiterlijk op de laatste dag van het einde van het aanvultijdvak volledig te zijn aangevuld en ontvangen door de burgemeester. De beslistermijn zoals bedoeld in artikel 1:2 van de APV vangt in het geval van een niet-volledige aanvraag aan op de dag dat aanvullende gegevens zijn ingediend.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel