Bij de bepaling van de noodzakelijkheid van de vervoersvoorziening wordt door het college in ieder geval rekening gehouden met de bepalingen in het tweede tot en met het vijfde lid van dit artikel.
De vervoersvoorziening wordt toegekend indien en voor zover dit naar het oordeel van het college noodzakelijk is in verband met een medische noodzaak van de jeugdige.
De vervoersvoorziening wordt toegekend indien en voor zover dit naar het oordeel van het college noodzakelijk is in verband met beperkingen in de zelfredzaamheid van de jeugdige. De eigen mogelijkheden en het probleemoplossend vermogen van de jeugdige en/of zijn ouders zijn ontoereikend. Het vervoer naar de locatie voor jeugdhulp kan niet op eigen kracht of met behulp van het sociaal netwerk worden georganiseerd.
Er is geen andere voorziening waarvan de jeugdige gebruik kan maken voor het vervoer naar de locatie voor jeugdhulp.
Indien er op een andere wijze een bekostiging van de vervoersvoorziening is, dan brengt het college dit bedrag in mindering op de toekenning of wijst het college de aanvraag af.
Artikel 3