Het college bepaalt bij de toekenning van de vervoersvoorziening de wijze van de verstrekking alsmede de ingangsdatum en tijdsduur van de toegekende vervoersvoorziening.
De toekenning van de vervoersvoorziening geschiedt gelijktijdig met de toekenning van de individuele voorziening jeugdhulp.
Het college kan afwijken van hetgeen in het tweede lid is bepaald.
Het college kan aan de toekenning van de vervoersvoorziening voorwaarden verbinden die verband houden met het doel en de strekking daarvan.
Artikel 5