Geen aanspraak op een maatwerkvoorziening dan wel pgb, niet zijnde beschermd wonen of opvang, bestaat indien de cliënt geen hoofdverblijf heeft of zal hebben in de gemeente Buren.
Geen aanspraak op een maatwerkvoorziening bestaat voor zover met betrekking tot de problematiek die in het gegeven geval aanleidinggeeft voor de noodzaak tot ondersteuning, een voorziening op grond van een andere wettelijke bepaling bestaat.
Indien naar het oordeel van het college niet gewaarborgd is dat de ondersteuning veilig, doeltreffend en cliëntgericht wordt verstrekt, weigert het college een persoonsgebonden budget op grond van artikel 2.3.6 Wmo 2015. Een dergelijke weigering moet het college voldoende onderbouwen.
Geen maatwerkvoorziening dan wel pgb wordt verstrekt indien het een voorziening betreft die de cliënt na de melding en vóór datum vanbesluit heeft gerealiseerd of geaccepteerd, tenzij het college daarvoor schriftelijktoestemming heeft verleend of de noodzaak achteraf nog kan worden vastgesteld;
Geen woonvoorziening wordt verstrekt:
a.voor zover de beperkingen voortvloeien uit de aard van de in de woning gebruiktematerialen;
b.indien de noodzaak tot het treffen van deze voorziening het gevolg is van achterstallig onderhoud, dan wel slechts strekt ter renovatie van de woning of deze in overeenstemming te brengen met de eisen die redelijkerwijs aan de woning mogen worden gesteld
c.indien de noodzaak het gevolg is van een verhuizing waarvoor geen aanleidingbestaat op grond van beperkingen bij de zelfredzaamheid of participatie en er geenbelangrijke reden voor verhuizing aanwezig is;
d.indien de cliënt niet is verhuisd naar de voor zijn of haar beperkingen op dat moment meest geschikte woning, tenzij daarvoor vooraf schriftelijk toestemming isverleend door het college.
Hoofdstuk 3-
Artikel 11.
Voorwaarden en weigeringsgronden
Onderdeel van Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Buren 2020