Naar hoofdinhoud
1.. Voorzieningen worden gevormd wegens: verplichtingen en verliezen waarvan de omvang op de balansdatum onzeker is maar wel redelijkerwijs te schatten; op de balansdatum bestaande risico’s ter zake van bepaalde te verwachten verplichtingen of verliezen waarvan de omvang redelijkerwijs is te schatten; kosten die in een volgend begrotingsjaar zullen worden gemaakt, mits het maken van die kosten zijn oorsprong mede vindt in het begrotingsjaar of in een voorgaand begrotingsjaar en de voorziening strekt tot gelijkmatige verdeling van lasten over een aantal begrotingsjaren; indien tarieven worden geheven waarvan de bestemming gebonden is, dat wil zeggen dat saldi niet mogen vrijvallen maar terugvloeien naar de burgers, dan vallen deze middelen als ze niet in het begrotingsjaar worden besteed onder de voorzieningen. Is dit niet het geval dan is er sprake van een bestemmingsreserve 2.. Bij een besluit tot instelling van een voorziening wordt minimaal aangegeven: het specifieke doel van de voorziening in overeenstemming met artikel 44 BBV; de voeding van de voorziening; indien van toepassing de maximale looptijd van de voorziening. 3.. In de programmabegroting en de jaarstukken staan de actuele voorzieningen opgenomen met toelichting.

Rechtspraak bij dit artikel