Indien in een gebouw zoals bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, meerdere andere zelfstandige functies zijn opgenomen, is het maximum van 30 personen per gebouw niet van toepassing, onder de volgende voorwaarden:
a. de verschillende functies zijn functioneel van elkaar gescheiden;
b. de verschillende functies beschikken elk over een zelfstandige ruimte binnen het gebouw;
c. per zelfstandige functie niet meer dan 30 personen, exclusief personeel, aanwezig zijn, tenzij deze verordening voor die functie een hoger aantal personen toestaat; en
d. de inrichting in het gebouw wordt zodanig georganiseerd dat bezoekersstromen zoveel mogelijk van elkaar gescheiden zijn en bezoekers van de verschillende functies steeds 1,5 meter afstand kunnen houden.
Dit artikel is niet van toepassing op zalencentra of –complexen.
Hoofdstuk 2.
Artikel 2.1.f