Een doorlopende parkeervergunning is maximaal geldig voor de duur van vierentwintig kalendermaanden van 1 januari t/m 31 december. Het tarief voor een parkeervergunning wordt – met uitzondering van de hotelparkeervergunning, de bezoekersparkeervergunning in de vorm van een bezoekerskraskaart en in de vorm van een digitale regeling – berekend per maand, maar gefactureerd per jaar.
Voor een parkeervergunning die na 1 januari van enig jaar, gedurende een maand wordt aangevraagd en uitgegeven dient het bedrag voor die hele maand betaald te worden. Wordt een parkeervergunning – met uitzondering van de bezoekersparkeervergunning in de vorm van een digitale regeling - gedurende het jaar opgezegd dan wordt het bedrag dat over het volle aantal maanden dat na beëindiging van de belastingplicht nog overblijft gerestitueerd.
Artikel 16.