1. Het college biedt de raad voor 1 juli van het begrotingsjaar een nota aan met een voorstel voor het beleid en de financiële kaders van de begroting voor het volgende begrotingsjaar en de meerjarenraming met daarin minimaal twee op het begrotingsjaar volgende jaren (kadernota). De raad stelt deze nota vóór 1 augustus van het begrotingsjaar vast.
2. In de begroting wordt een post voor onvoorziene uitgaven van € 50.000 opgenomen. Na vaststelling van de begroting door de gemeenteraad wordt het resterende begrotingssaldo toegevoegd aan de post voor onvoorziene uitgaven.