De gemeente kan afzien van een maatregel als daarvoor dringende redenen aanwezig zijn.
De gemeente verlaagt de uitkering in ieder geval niet, als:
elke vorm van verwijtbaarheid ontbreekt;
er meer dan 36 maanden liggen tussen het gedrag van de inwoner en het moment waarop de gemeente het gedrag heeft vastgesteld.
De gemeente informeert de inwoner met een brief over het besluit om de uitkering niet te verlagen.
**4..** De gemeente kan een schriftelijke waarschuwing geven:
in geval van geringe verwijtbaarheid, en/of
bij de eerste verwijtbare gedraging van de inwoner, tenzij het een gedraging betreft uit de artikelen 11 onder e, 11 onder f, 13,15,18 en 20. Een inwoner kan in totaal slechts één keer een waarschuwing krijgen, bij een volgende verwijtbare gedraging (ongeacht of dit recidive is of niet en ongeacht of het dezelfde verwijtbare gedraging is) zal een maatregel conform deze verordening worden opgelegd.
Hoofdstuk 2
Artikel 3.
Geen verlaging
Onderdeel van Maatregelverordening Participatiewet, IOAW en IOAZ gemeente Enschede 2020