Onverminderd artikel 8, tweede en derde lid van de verordening legt de aanvrager de volgende gegevens over:
een verklaring waaruit blijkt in hoeverre de subsidieontvanger als BTW belaste ondernemer is aan te merken als bedoeld in artikel 1:5;
een specificatie van verrekenbare en niet-verrekenbare BTW;
een verklaring waaruit blijkt in hoeverre de subsidieontvanger als belastingplichtige op grond van de vennootschapsbelasting is aan te merken, en
een projectplan met daarin:
1° een onderbouwde beschrijving van de welzijnsopgave in buurt of wijk waar de activiteit betrekking op heeft;
2° een beschrijving van het waarom van de activiteit, voor wie het bedoeld is en in hoeverre de activiteit vernieuwend of onderscheidend is wat betreft aanpak, methodiek of welzijnsopgave, en aanvullend is op en verwachte meerwaarde heeft ten opzichte van bestaande aanpakken, voorzieningen en activiteiten in de buurt of wijk;
3° een omschrijving van het doel van de activiteit;
4° aangegeven hoe er wordt samengewerkt met andere betrokkenen;
5° aangegeven hoe de beoogde resultaten inzichtelijk gemaakt worden;
6° een beschrijving van het maatschappelijk effect dat verwacht wordt;
7° een beschrijving van de wijze waarop opgedane kennis en ervaringen in relatie tot de activiteiten worden gedeeld met een breder netwerk van organisaties die actief zijn op het gebied van welzijn; en
8° zo mogelijk bewijs van eerder opgedane ervaring met vergelijkbare activiteiten.
Hoofdstuk 2
Artikel 2:1
Aanvraag subsidie
Onderdeel van Subsidieregeling welzijn voor innovatieve wijkgerichte initiatieven Den Haag 2020