Naar hoofdinhoud
1.. De gemandateerde mag geen gebruik maken van de gemandateerde bevoegdheid, indien: het besluit een afwijking zou inhouden van enerzijds de bestaande regelgeving, circulaires en jurisprudentie en anderzijds lokale regelingen, beleid, richtlijnen, voorschriften en dergelijke van de gemeente; het besluit een overschrijding van gemeentelijke budgetten of kredieten zou inhouden; het besluit mogelijk grote financiële aansprakelijkheid tot gevolg kan hebben; de mandaatgever vooraf te kennen heeft gegeven zelf te willen beslissen c.q. te willen ondertekenen; uit overleg met de portefeuillehouder blijkt dat deze het voorstel zelf aan het bevoegde bestuursorgaan wil voorleggen; advies nodig is van andere organisatieonderdelen van de BAR-organisatie en dit advies en het eigen standpunt van de gemandateerde niet op elkaar aansluiten of niet tot dezelfde conclusie leiden, tenzij de verantwoordelijke portefeuillehouder alsnog “instemt” met de uitoefening van het mandaat; het besluit de uitoefening van een hardheidsclausule inhoudt, tenzij uit het mandaatregister expliciet blijkt dat de bevoegdheid tot het nemen van een besluit over de toepassing van de hardheidsclausule is gemandateerd; het besluit volgens de portefeuillehouder of directeur grote politieke risico’s met zich meebrengt die niet of deels zijn opgenomen in de risicoparagraaf van de gemeente. 2.. Indien één of meer van de in het eerste lid omschreven situaties zich voordoet, besluit het ter zake bevoegde bestuursorgaan zelf.

Rechtspraak bij dit artikel