Naar hoofdinhoud
Burgemeester en wethouders kunnen een procedureregeling vaststellen ten behoeve van een goede uitvoering van de coördinatieregeling. De procedureregeling geeft in ieder geval aan binnen welke periode aanvragen ingediend moeten worden om voor coördinatie in aanmerking te kunnen komen; de regeling kan bepalen hoe burgemeester en wethouders toepassing geven aan artikel 3.20 van de Algemene wet bestuursrecht. Zolang burgemeester en wethouders geen regeling als bedoeld in lid a hebben vastgesteld, zijn, aanvullend op de artikelen 3.30, 3.31 en 3.32 van de Wet ruimtelijke ordening en op deze beleidsregels, artikel 3:23 tot en met 3:27 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing. Indien de gemeenteraad besluit dat de coördinatieregeling wordt toegepast in een of meer andere gevallen dan de gevallen die op grond van het coördinatiebesluit mogelijk zijn, dan is het bepaalde in deze beleidsregels van overeenkomstige toepassing op de gecoördineerde voorbereiding van die besluiten.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel