**1..** Onverminderd artikel 4:86 van de Algemene wet bestuursrecht legt het college in de beschikking waarmee de financiële ondersteuning ter voorziening in de behoefte aan bedrijfskapitaal wordt toegekend in ieder geval vast:
dat de lening pas tot uitbetaling komt, nadat de zelfstandige hierover een overeenkomst van geldlening met het college heeft ondertekend;
de verplichting tot volledige aflossing van de lening, welke verplichting ingaat terstond na het einde van de looptijd van de lening, zoals aangegeven in de onder a bedoelde overeenkomst;
dat het bedrag van de lening terstond kan worden opgeëist:
op het moment dat de zelfstandige het bedrijf of zelfstandig beroep overdraagt of beëindigt;
ingeval surseance van betaling of faillissement van de zelfstandige, van één van de vennoten of leden waarmee het bedrijf of zelfstandig beroep in een samenwerkingsverband wordt uitgeoefend, of van de rechtspersoon;
indien het bedrag of een deel ervan niet overeenkomstig het doel is aangewend.
**2..** Het college kan aan het verlenen van de financiële ondersteuning ter voorziening in de behoefte aan bedrijfskapitaal nadere verplichtingen verbinden die zijn gericht op het verkrijgen van meerdere zekerheid voor de nakoming van de aan deze financiële ondersteuning verbonden aflossingsverplichting.
Artikel 3.