De garantiesubsidie is een complementaire maatregel en moet gezien worden als een aanvulling op de noodmaatregelen die door rijk en provincie zijn gefaciliteerd. Voordat een garantiesubsidie kan worden verleend dient men eerst, voor zover mogelijk en indien van toepassing, een beroep hebben gedaan op andere voorzieningen dan wel zelf alles in het werk hebben gesteld om de uitgaven te verlagen dan wel op te schorten of inkomsten naar voren te halen.
De subsidieregeling is alleen gericht op instellingen als bedoeld in artikel 1 en 2. Uitgezonderd zijn overwegend door de rijksoverheid gefinancierde organisaties (zoals publiek onderwijs, zorginstellingen), organisaties waarvoor reeds passende maatregelen ter voorkomen van continuïteitsproblemen bestaan (zoals kinderopvang) of door de gemeente gecontracteerde zorgpartijen voor wie de gemeente reeds een coulance regeling maatschappelijke zorg in het leven riep.
Hoofdstuk 1
Artikel 4