1. In aanvulling op artikel 3.01 van deze verordening kan een belanghebbende voor een woonvoorziening in aanmerking komen indien deze woonvoorziening bestaat uit het kunnen gebruiken van de noodzakelijke gebruiksruimten in verband met het normale gebruik van de woning waar de belanghebbende zijn hoofdverblijf heeft. De woonvoorziening heeft betrekking op de bereikbaarheid, toegankelijkheid en gebruik van de woning.
2. In aanvulling op artikel 3.01 van deze verordening kan een belanghebbende voor verhuis- en/of inrichtingskosten in aanmerking komen indien de kosten van een noodzakelijke woningaanpassing niet als goedkoopst compenserende voorziening is aan te merken. Het college neemt in de beleidsregels Wmo een bedrag op waarboven het verhuisprimaat beoordeeld wordt.
Hoofdstuk 3
Artikel 3.02
aanvullende criteria maatwerk woonvoorzieningen
Onderdeel van VERORDENING MAATSCHAPPELIJKE ONDERSTEUNING 2020 BRUMMEN