1. In aanvulling op artikel 3.01 van deze verordening kan een belanghebbende voor nachtopvang in aanmerking komen als hij:
a. feitelijk of residentieel dakloos is, al dan niet voorafgaand aan opname in een (psychiatrische) kliniek, of aan detentie; en
b. beperkt zelfredzaam is op meerdere door het college aan te wijzen leefgebieden; en
c. niet beschikt over alternatieven die de situatie van feitelijke of residentiële dakloosheid op kunnen heffen.
2. Een belanghebbende kan als slachtoffer van huiselijk geweld in aanmerking komen voor crisisopvang als deze:
a. slachtoffer is van geweld in huiselijke kring, en vanwege aspecten van veiligheid de thuissituatie moet verlaten, of indien sprake is van kindermishandeling en opvang van kind(eren) met de beschermende ouder/verzorger in de opvang noodzakelijk is; en
b. 18 jaar of ouder is, al dan niet met kinderen; en
c. geen mogelijkheden heeft om zelf, al dan niet met gebruikmaking van het eigen sociale netwerk of door interventie van derden een veilige situatie te creëren, of in alternatieve huisvesting te voorzien.
3. Een belanghebbende kan in aanmerking komen voor beschermd wonen als:
a. hij een psychiatrische aandoening heeft; en
b. er voor hem sprake is van noodzaak tot bescherming van zichzelf of zijn omgeving, waarbij die noodzaak direct voortkomt uit de psychiatrische aandoening; en
c. hij niet beschikt over alternatieven die de noodzaak voor beschermd wonen op kunnen heffen.
4. Het college kan nadere regels stellen inzake toelating naar aanleiding van afspraken met andere
gemeentes over wederzijdse overdracht van belanghebbenden en inzake prioritering van doelgroepen bij de toegang tot de opvang en beschermd wonen.
Hoofdstuk 3
Artikel 3.05
Aanvullende criteria maatwerk opvang
Onderdeel van VERORDENING MAATSCHAPPELIJKE ONDERSTEUNING 2020 BRUMMEN