1. De hoogte van het pgb voor een zaak wordt bepaald aan de hand van en tot het maximum van de kostprijs van de in de situatie van de belanghebbende goedkoopst compenserende voorziening in natura en is toereikend voor de aanschaf daarvan.
2. Voor zover dit geen onderdeel is van het pgb, kan het bedrag worden aangevuld met een vergoeding voor onderhoud, verzekering en aanpassingen (service bijdrage). In de bijlage 1 zijn deze bedragen opgenomen. De vergoeding is voor de duur van negen jaar (de mobiliteitsgarantie).
3. De hoogte van het pgb voor dienstverlening is opgebouwd uit verschillende kostencomponenten zoals salaris, vervanging tijdens vakantie, verzekeringen en reiskosten.
4. Een belanghebbende ten behoeve van wie een pgb wordt verstrekt, kunnen diensten onder de volgende voorwaarden betreffende het tarief betrekken van een persoon die behoort tot het sociale netwerk:
a. deze persoon krijgt een lager tarief betaald voor zijn diensten. Dit lagere tarief wordt in bijlage 1 opgenomen;
b. tussenpersonen of belangenbehartigers mogen niet uit het pgb worden betaald.
5. Een pgb dient door de belanghebbende binnen zes maanden na toekenning te worden aangewend ten behoeve van het resultaat waarvoor het is verstrekt.
6. Het college kan nadere regels stellen over de hoogte van het pgb.
Hoofdstuk 3
Artikel 3.08
Persoonsgebonden budget
Onderdeel van VERORDENING MAATSCHAPPELIJKE ONDERSTEUNING 2020 BRUMMEN