Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 5

Artikel 5.04

Voorkoming en bestrijding ten onrechte ontvangen maatwerkvoorzieningen in natura of pgb en misbruik of oneigenlijk gebruik van de Wmo 2015

Onderdeel van VERORDENING MAATSCHAPPELIJKE ONDERSTEUNING 2020 BRUMMEN

1. Het college informeert belanghebbende of hun vertegenwoordigers in begrijpelijke bewoordingen over de rechten en plichten die aan het ontvangen van een maatwerkvoorziening in natura dan wel in de vorm van een pgb zijn verbonden. Ook informeert het college belanghebbende en over de mogelijke gevolgen van misbruik en oneigenlijk gebruik van de wet. 2. Het college wijst een toezichthouder aan, conform artikel 6.1 van de wet, die belast is met het houden van toezicht op de naleving van de meest recente voorwaarden voor de inkoop Jeugdhulp, Wmo en MO/BW GGZ en de naleving van de rechtmatige uitvoering van de Wmo 2015, waaronder de bestrijding van misbruik, oneigenlijk gebruik en niet-gebruik van de voorziening. 3. Het college stelt nadere regels vast over de bevoegdheden van de toezichthouder. 4. Onverminderd artikel 2.3.8 van de wet doet een belanghebbende aan het college op verzoek of onverwijld uit eigen beweging mededeling van alle feiten en omstandigheden, waarvan hem redelijkerwijs duidelijk moet zijn dat deze aanleiding kunnen zijn tot heroverweging van een beslissing als bedoeld in artikel 2.3.5 of 2.3.6 van de wet. 5. Onverminderd artikel 2.3.10 van de wet kan het college een beslissing als bedoeld in artikel 2.3.5 of 2.3.6 van de wet herzien dan wel intrekken als het college vaststelt dat: a. de belanghebbende onjuiste of onvolledige gegevens heeft verstrekt en de verstrekking van juiste of volledige gegevens tot een andere beslissing zou hebben geleid; b. de belanghebbende niet langer op de maatwerkvoorziening in natura dan wel in de vorm van een pgb is aangewezen; c. de maatwerkvoorziening in natura dan wel in de vorm van een pgb niet meer toereikend is te achten; d. de belanghebbende niet voldoet aan de maatwerkvoorziening in natura dan wel in de vorm van een pgb verbonden voorwaarden; e. de belanghebbende de maatwerkvoorziening in natura dan wel in de vorm van een pgb voor een ander doel gebruikt. 6. ls het college een beslissing op grond van vijfde lid, onder a van dit artikel heeft ingetrokken en de verstrekking van de onjuiste of onvolledige gegevens door de belanghebbende opzettelijk heeft plaatsgevonden, kan het college van de belanghebbenden en degene die daaraan opzettelijk zijn medewerking heeft verleend geheel of gedeeltelijk de geldwaarde vorderen van de ten onrechte genoten maatwerkvoorziening in natura dan wel in de vorm van een pgb. Het college onderzoekt uit het oogpunt van kwaliteit van de geleverde zorg, al dan niet steekproefsgewijs, de bestedingen van pgb’s.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel