Een ‘woning’ is de plaats waar de leerling structureel en feitelijk verblijft. Met andere woorden, de plaats van waaruit het kind de school bezoekt. Hierbij is het niet relevant in welke gemeente het kind staat ingeschreven.
Gescheiden ouders: twee woningen (bijvoorbeeld bij co-ouderschap)
Een aanvraag voor leerlingenvervoer wordt ingediend bij de gemeente waar de leerling zijn woning heeft. In welke gemeente de leerling staat ingeschreven is niet van belang; we gaan uit van de woning van de leerling. Een leerling kan twee woningen hebben, bijvoorbeeld in het geval van co-ouderschap. Wanneer een kind twee woningen heeft, moeten de ouders twee aanvragen voor leerlingenvervoer indienen; voor elke woning naar school en visa versa voor de dagen dat het kind doordeweeks bij hen verblijft. Het moet gaan om vaste dagen in de week. Wanneer de tweede woning zich in een andere gemeente bevindt, moet bij die gemeente het leerlingenvervoer van en naar de tweede woning worden aangevraagd. Elke gemeente behandelt de aanvraag volgens zijn eigen verordening.
Tijdelijk verblijf
De hoofdregel is dat daar waar de leerling feitelijk verblijft de ouders een aanvraag indienen. Wij toetsen deze aanvraag aan de verordening leerlingenvervoer. Bij uitzonderlijke gevallen maken we een uitzondering op de hoofdregel. We maken een uitzondering als het kind:
van leerlingenvervoer gebruik maakt in de gemeente Lochem;
een korte periode (maximaal zes weken) in een andere gemeente verblijft en dit niet vanwege een vakantie van de ouders is;
de oude school blijft bezoeken; en
na die korte periode terugkeert naar de gemeente Lochem.
Crisissituaties
Soms worden kinderen, die thuis in een crisissituatie verkeren, tijdelijk of voor langere duur opgevangen bij een pleeggezin of familie woonachtig in de gemeente Lochem. Als er een crisissituatie is, blijft de leerling vaak zijn of haar oude school bezoeken. De reden hiervoor is dat de school voor de leerling vaak de enige stabiele en veilige factor is. Formeel gezien hoeft de gemeente het vervoer naar de oude school niet te vergoeden, omdat dit veelal niet de dichtstbijzijnde toegankelijke school is.
Wij willen dat leerlingen die vanwege een crisissituatie thuis, tijdelijk in de gemeente Lochem wonen, tijdelijk kunnen rekenen op steun van onze gemeente.
Voor de rust voor de leerling kunnen we een vervoersvoorziening naar de oorspronkelijke school voor de duur van maximaal zes weken verstrekken. Tijdens deze periode wordt vaak duidelijk waar de leerling definitief gaat wonen. De verzorgers van de leerling moeten de periode van 6 weken benutten om een andere school te zoeken als de leerling langer in Lochem blijft. Nadat er maximaal zes weken voor het vervoer is betaald, behandelen we de aanvraag van de leerling als die van alle andere Lochemse leerlingen. We baseren de vergoeding dan op de kosten van het vervoer naar de dichtstbijzijnde toegankelijke school. Vanzelfsprekend moet ook in een crisissituatie een goed onderbouwde aanvraag worden ingediend.
Artikel 16.
Woning waar de leerling verblijft
Onderdeel van Beleidsregels leerlingenvervoer gemeente Lochem 2020