Naar hoofdinhoud
In navolging van art 7.1.4.1. van de Jeugdwet gebruiken Drentse Gemeenten de ‘Drentse verwijsindex’ (DVI) en zijn daarmee aangesloten op de landelijke verwijsindex. De Drentse Verwijsindex is een digitaal systeem dat risicomeldingen over jongeren tot 23 jaar bij elkaar brengt. Het doel is vroeg signalering van risico’s die een gezonde en veilige ontwikkeling naar volwassenheid van een jeugdige bedreigen, zodat tijdig passende hulp, zorg of bijsturing kan worden gegeven. Hiervoor kunnen bevoegde functionarissen melding doen van een jongere wanneer zij een redelijk vermoeden hebben dat deze daadwerkelijk door één of meer van de in de Jeugdwet genoemde risico’s wordt bedreigd. Bedoelde risico’s zijn o.a. blootstelling aan geweld, vernederende behandeling of verwaarlozing, verslaving, veelvuldig schoolverzuim, ontbreken van vaste woon- of verblijfplaats, verrichten van strafbare activiteiten. Over het melden in de DVI zijn Drentse afspraken gemaakt. Wanneer een professional betrokken is bij een jeugdige en zorgen heeft over het gezond en veilig opgroeien van deze jeugdige, kan de professional een signaal afgeven. Wanneer de professional een signaal afgeeft is afhankelijk van het soort organisatie waarin hij of zij werkzaam is. Hierbij wordt een onderscheid gemaakt tussen: Basis organisaties (nulde lijn); Generalistische organisaties (eerste lijn); Gespecialiseerde organisaties (tweede lijn). Organisaties vanuit de nulde lijn Basisorganisaties zijn voor iedereen toegankelijk, zonder dat er een hulpvraag is (kinderopvang, onderwijs, huisarts, verloskundige, etc.). Organisaties vanuit de nulde lijn maken de afweging om te signaleren wanneer er zorgen zijn op één of meer van de volgende levensgebieden: Gezondheid of geestelijke gezondheid Materiële omstandigheden (financiën; woning) Opvoeding en gezinsrelaties Onderwijs en werk Sociale omgeving Organisaties vanuit de eerste lijn Generalistische hulpverlening is hulp waar geen verwijzing voor nodig is. Denk aan het wijkteam, leerplicht of maatschappelijk werk. Organisaties vanuit de eerste lijn signaleren in principe altijd wanneer zij betrokken zijn bij een kind, jongere of een gezin. De reden hiervoor is dat zij alleen bij die personen betrokken zijn, waar altijd zorgen bestaan of een of meerdere leefgebieden. In de eerste lijn is betrokkenheid tonen dus de standaard. Er is echter een uitzondering: een signaal wordt niet afgegeven als er een enkelvoudige hulpvraag is, die zonder verdere opvolging door een andere organisatie eenvoudig en snel opgelost kan worden. Organisaties vanuit de tweede lijn Specialistische hulpverlening is hulp waar een verwijzing of indicatie voor nodig is. Hierbij kun je denken aan de GGZ, gezinsvoogdij, verslavingszorg, of de reclassering. Organisaties vanuit de tweede lijn zijn alleen bij die personen betrokken, waar altijd zorgen bestaan op een of meerdere leefgebieden. Daarom geven professionals uit de tweede lijn altijd een signaal van betrokkenheid af.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel