**1..** Een cliënt is een bijdrage in de kosten verschuldigd voor een maatwerkvoorziening of pgb, zolang de cliënt van de maatwerkvoorziening gebruik maakt of gedurende de periode waarvoor het pgb wordt verstrekt, met als maximum de kostprijs.
**2..** De bijdragen voor maatwerkvoorzieningen of pgb zijn gelijk aan de kostprijs, tot aan ten hoogste € 19,00 per maand voor de ongehuwde cliënt of de gehuwde cliënten tezamen, tenzij overeenkomstig artikel 2.1.4 en 2.1.4a, vijfde lid, van de wet of hoofdstuk 3 van het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015, geen of een lagere bijdrage is verschuldigd.
**3..** Een inwoner is een bijdrage verschuldigd in de kosten voor het gebruik van collectief vervoer, ter hoogte van € 0,16 per kilometer met een instaptarief van € 0,92. De hiervoor genoemde bedragen zijn uitgedrukt in het prijspeil van 2020. De bedragen worden ieder opvolgend kalenderjaar gewijzigd aan de hand van ontwikkelingen van de consumentenprijsindex dan wel het wettelijk minimumloon. Het college draagt zorg voor de kenbaarheid van de hiervoor genoemde bedragen.
**4..** Het college kan onder voorwaarden vrijstelling geven in de bijdrage van de kosten voor een maatwerkvoorziening. Het college kan hiervoor nadere regels vaststellen.
**5..** Er wordt geen bijdrage opgelegd voor de maatwerkvoorziening met hoofdresultaat M1 arbeidsmatige dagbesteding.
**6..** In afwijking van het eerste lid is er geen eigen bijdrage verschuldigd voor:
woonvoorzieningen aan gemeenschappelijke ruimtes;
rolstoelen;
aanpassingen aan rolstoelen;
voorzieningen ten behoeve van cliënten tot achttien jaar, met uitzondering van een woningaanpassing;
voorzieningen waarvan de afschrijvingstermijnen zijn verlopen.
**7..** Er is geen eigen bijdrage meer verschuldigd als de cliënt is overleden.
**8..** Vervanging van de voorziening heeft geen invloed op de duur van het betalen van de eigen bijdrage.
**9..** Als de bijdrage voor een maatwerkvoorziening of pgb ten behoeve van een woningaanpassing voor een minderjarige cliënt is verschuldigd, is de bijdrage verschuldigd door de onderhoudsplichtige ouders, daaronder begrepen degene tegen wie een op artikel 394 van Boek 1 van het Burgerlijk wetboek gegrond verzoek is afgewezen, en degene die anders dan als ouder samen met de ouder het gezag uitoefent over een cliënt.
HOOFDSTUK 4
Artikel 10.
Bijdrage in de kosten
Onderdeel van Verordening maatschappelijke ondersteuning en Jeugdhulp 2020 1