Voor de Spelregels voor woningbouwprogrammering en het Stedelijk kader voor particuliere transformaties gelden de volgende aanvullingen:
Indien de reguliere sociale huurwoningen in een transformatieproject door corporaties worden afgenomen dan gelden, in plaats van de reguliere programmatische verdeling van 40-40-20, de volgende programmatische voorwaarden:
Minimaal 30% sociale huurwoningen.
Minimaal 40% middensegment.
Partijen hebben de vrijheid om zelf een corporatie te kiezen waaraan de sociale woningen verkocht worden
Indien aantoonbaar geen corporatie gevonden wordt die de sociale huurwoningen gaat afnemen, dan kan er gekozen worden voor een alternatieve programmatische verdeling (naar 0-80-20 of 0-100-0) onder voorwaarde dat er door de gemeente aan te wijzen maatschappelijke beroepsgroepen gehuisvest worden.
Bij projecten kleiner dan 30 woningen kan afgeweken worden van het stedelijke uitgangspunt 40-40-20 bij particuliere transformaties indien het gebouw een dusdanige geringe omvang heeft dat de beoogde menging vanuit beheersoogpunt niet wenselijk is.
Verzoeken voor een alternatieve programmatische verdeling dienen vooraf ter goedkeuring voorgelegd te worden aan de directeur Grond & Ontwikkeling van de gemeente Amsterdam.