Naar hoofdinhoud
Binnen twaalf weken na het verstrijken van de in artikel 6.1.3.1 van het besluit genoemde termijnen geven gedeputeerde staten uitvoering aan artikel 6.1.3.2 van het besluit als volgt: Gedeputeerde staten wijzen een persoon als adviseur aan die beschikt over voldoende deskundigheid inzake advisering op het gebied van planschade. Indien gedeputeerde staten na advies te hebben ingewonnen van de onder a. bedoelde adviseur van oordeel zijn dat de aanvraag betrekking heeft op planschade in de vorm van inkomensderving en er gezien de complexiteit, aard en omvang van de aanvraag behoefte bestaat aan extra deskundigheid, wijzen gedeputeerde staten tevens een persoon als adviseur aan die deskundig is op het gebied van accountancy of op het gebied van financieel economische bedrijfsvoering. Indien gedeputeerde staten na advies te hebben ingewonnen van de onder a. bedoeld adviseur, van oordeel zijn dat de aanvraag betrekking heeft op planschade in de vorm van waardevermindering van een onroerende zaak en er gezien de complexiteit, aard en omvang van de aanvraag behoefte bestaat aan extra deskundigheid, wijzen gedeputeerde staten tevens een persoon als adviseur aan die deskundig is op het gebied van de waardering van onroerende zaken als gevolg van een planologische verslechtering. Indien zij dat nodig achten, verlangen gedeputeerde staten dat de persoon die zij voornemens zijn als adviseur aan te wijzen tevoren aantoont dat hij op grond van opleiding en ervaring deskundig is ten aanzien van de in het eerste lid genoemde aspecten waarop hij de aanvraag moet beoordelen. Niet als adviseur kan worden aangewezen hij die is aangesteld door, ondergeschikt is aan of werkzaam is onder verantwoordelijkheid van het provinciebestuur of daarvan deel uitmaakt of op enigerlei andere wijze betrokken is bij de planologische maatregel waarop de aanvraag betrekking heeft.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel