Gedeputeerde staten stellen aan de adviseur de aanvraag en alle op de aanvraag betrekking hebbende stukken ter beschikking.
Gedeputeerde staten stellen aan de adviseur ambtelijke ondersteuning ter beschikking ten behoeve van de uitvoering van de adviesopdracht.
De adviseur hoort de aanvrager, gedeputeerde staten, andere betrokken bestuursorganen en de belanghebbenden als bedoeld in artikel 6.4a, tweede en derde lid van de wet, over de aanvraag.
De adviseur bepaalt datum, tijd en plaats van de hoorzitting en de wijze waarop deze zal plaatsvinden.
De adviseur bepaalt de datum en het tijdstip waarop hij de situatie ter plaatse zal bezichtigen en nodigt de aanvrager voor de plaatsopneming uit.
De adviseur maakt met de aanvrager een afspraak ten behoeve van de taxatie van een bij de aanvraag betrokken onroerende zaak.
De adviseur draagt er zorg voor dat van de hoorzitting en van de plaatsopneming een verslag wordt gemaakt. Het verslag maakt deel uit van het uit te brengen advies.
Binnen zestien weken na de aanwijzing van de adviseur zendt deze een concept van het advies aan gedeputeerde staten, de aanvrager, een betrokken bestuursorgaan en een belanghebbende als bedoeld in artikel 6.4a, tweede en derde lid van de wet.
De adviseur kan de in het achtste lid genoemde termijn onder opgaaf van redenen met ten hoogste vier weken verlengen.
De aanvrager, een betrokken bestuursorgaan en een belanghebbende als bedoeld in artikel 6.4a, tweede en derde lid van de wet, kunnen binnen vier weken na de toezending van het concept van het advies hierop schriftelijk reageren.
Indien binnen de in het tiende lid genoemde termijn een reactie is ingediend, brengt de adviseur binnen vier weken na het verstrijken van die termijn een advies uit aan gedeputeerde staten, waarbij de ontvangen reacties zijn betrokken. Indien geen reactie is ingediend brengt de adviseur binnen twee weken na het verstrijken van die termijn advies uit aan gedeputeerde staten.