1.De commissie bepaalt de onderwerpen die zij onderzoekt.
2.De commissie legt na haar aantreden voor de raadsperiode vast welke aandachtsgebieden onderwerp van onderzoek kunnen zijn. Die onderwerpen zijn niet limitatief. Door actuele omstandigheden kunnen onderwerpen afvallen om plaats te maken voor andere, nog niet genoemde, onderwerpen.
3.De raad kan de commissie een gemotiveerd verzoek doen tot het instellen van een onderzoek. De commissie bericht de raad binnen een maand in hoeverre aan dat verzoek wordt voldaan. Indien de commissie niet aan het verzoek van de raad voldoet, motiveert zij dat naar behoren. Verder dient het mogelijk te zijn dat het college, individuele burgers of belangengroepen een verzoek tot onderzoek kunnen indienen. De commissie bericht ook hier binnen een maand in hoeverre aan dat verzoek wordt voldaan. Het motiveren van het afwijzen van een dergelijk verzoek is wel van belang, maar niet zo dusdanig verplicht als bij de raad. Het is immers een controle-instrument van de raad.
4.Onderwerpen moeten voldoen aan de volgende criteria:
a.het onderwerp moet op rechtmatigheid, doelmatigheid en/of doeltreffendheid getoetst kunnen worden;
b.het moet een bestuurlijk relevant onderwerp zijn, dat valt onder de gemeentelijke invloedsfeer;
c.het onderwerp moet financieel relevant zijn;
d.het gemeentebestuur moet van de uitkomsten van het onderzoek kunnen leren;
e.het onderwerp moet een structureel karakter hebben;
f.de aanleiding voor het onderzoek moet niet primair zijn gelegen in een incident;
g.het onderzoek door de commissie moet toegevoegde waarde hebben;
h.het onderzoek moet binnen de geldende randvoorwaarden (tijd, geld en menskracht) kunnen worden afgerond.
5.De commissie formuleert de probleemstelling en stelt de onderzoeksopzet vast.
In de onderzoeksopzet wordt aangegeven wat het onderwerp van onderzoek is, wat de onderzoeksvragen zijn en hoe het onderzoek zal worden aangepakt.
6.De in het vorige lid bedoelde onderzoeksopzet wordt door de commissie ter kennisneming aan de raad en aan het college verstuurd.
7.Na vaststelling van de onderzoeksopzet worden de gecontroleerde instanties, organisatieonderdelen en/of personen ingelicht over de hoofdlijnen van het onderzoek, over de gesprekken die voor het onderzoek gevoerd gaan worden en over het verloop van de verdere procedure.
Hoofdstuk
Artikel 5
Onderwerpselectie en opdrachtverlening
Onderdeel van Verordening op de Rekenkamercommissie De Bilt