Naar hoofdinhoud
1.. De West-Brabantse Vergadering wijst in de eerste vergadering van elke zittingsperiode de leden van het Dagelijks Bestuur aan. 2.. Voor elk lid van het dagelijks bestuur wijst de West-Brabantse Vergadering eveneens een plaatsvervangend lid uit zijn midden aan. Dit plaatsvervangend lid neemt de taak van het lid bij diens ontstentenis volledig over. Alle bepalingen met betrekking tot de leden van het Dagelijks Bestuur zijn van overeenkomstige toepassing op de plaatsvervangend leden. 3.. De artikelen 40, 46 en 47 van de Gemeentewet zijn van overeenkomstige toepassing. 4.. De leden van het Dagelijks Bestuur treden als lid van dat bestuur af op de dag, waarop de zittingsperiode van de leden van de West-Brabantse Vergadering afloopt. Zij blijven hun functie waarnemen totdat in hun opvolging is voorzien. 5.. Het lidmaatschap van het Dagelijks Bestuur eindigt van rechtswege zodra men de kwaliteit verliest zoals vermeld in artikel 5, lid 2 of artikel 5, lid 4. 6.. Een lid van het Dagelijks Bestuur kan te allen tijde ontslag nemen. Hij doet daarvan schriftelijk mededeling aan het Dagelijks Bestuur, de West- Brabantse Vergadering en aan het college dat hem heeft aangewezen. Hij blijft niettemin in functie totdat in zijn opvolging is voorzien. 7.. Indien tussentijds een plaats in het Dagelijks Bestuur vacant komt, wijst de West-Brabantse Vergadering een nieuw lid aan.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel