Naar hoofdinhoud
1.. De colleges van de deelnemende gemeenten beslissen zo mogelijk in de eerste vergadering van elke zittingsperiode over de aanwijzing van de leden van de West- Brabantse Vergadering en hun plaatsvervangers. 2.. De zittingsperiode van de leden van de West- Brabantse Vergaderingen en hun plaatsvervangers eindigt op de dag waarop de zittingsperiode van de gemeenteraden afloopt. Zij blijven hun functie waarnemen totdat in hun opvolging is voorzien. 3.. Het lidmaatschap van de West- Brabantse Vergadering eindigt van rechtswege zodra men de kwaliteit verliest zoals vermeld in artikel 5, lid 3, of artikel 5, lid 4. 4.. Een lid van de West- Brabantse Vergadering en zijn plaatsvervanger kunnen te allen tijde ontslag nemen. Hij doet daarvan schriftelijk mededeling aan de West- Brabantse Vergadering en aan het college dat hem heeft aangewezen. Hij blijft niettemin in functie totdat in zijn opvolging is voorzien. 5.. De voorziening in een tussentijdse vacature geschiedt zo spoedig mogelijk. Van elke aanwijzing tot lid van de West- Brabantse Vergadering of tot plaatsvervangend lid geeft het betrokken college binnen acht dagen kennis aan de West- Brabantse Vergadering.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel