Het algemeen bestuur stelt vierjaarlijks, bij de aanvang van een nieuwe bestuursperiode, een meerjarenbeleidsplan vast waarin de financiële en inhoudelijke vooruitzichten worden uiteengezet. De jaarlijkse begroting dient te passen binnen deze kaders.
Het algemeen bestuur neemt pas een besluit zoals bedoeld in lid 1, nadat de gemeenteraden in de gelegenheid zijn gesteld binnen 12 weken hun zienswijzen over een ontwerpmeerjarenbeleidsplan kenbaar te maken.
De elementen die in het meerjarenbeleidsplan naar voren dienen te komen zijn:
de doelen die de gemeenschappelijke regeling zal nastreven en/of prestaties die de gemeenschappelijke regeling de deelnemende gemeenten zal leveren;
de kosten die daaraan voor de gemeenten gezamenlijk en voor elke gemeente afzonderlijk verbonden zullen zijn;
een overzicht van de risico’s van de gemeenschappelijke regeling en een uiteenzetting over de wijze waarop deze risico’s worden beheerst.
Jaarlijks vóór de wettelijke datum, dan wel de datum die met de deelnemers overeengekomen is, zendt het strategisch beraad aan de raden van de deelnemende gemeenten een brief met daarin de algemene financiële en beleidsmatige kaders. In deze brief zijn de door de deelnemende gemeenten gegeven richtlijnen verwerkt. Daarnaast bevat de kaderbrief kort de belangrijkste opgaven voor het komende jaar. Voorstellen voor nieuw beleid, die niet door de deelnemende gemeenten zijn opgenomen in de richtlijnen, worden in deze kaderbrief gedaan en expliciet vermeld als nieuw beleid.
Jaarlijks zendt het strategisch beraad de ontwerp-begroting voor het volgende begrotingsjaar, vergezeld van een toelichting, aan de leden van het algemeen bestuur en de raden van de deelnemende gemeenten met het verzoek aan de raden om hun zienswijze over de ontwerp-begroting naar voren te brengen. Het strategisch beraad hanteert hierbij de aanleverdatum zoals deze, rekening houdend met de wettelijke duur van de zienswijzeperiode geldt, dan wel de datum die met de deelnemers overeengekomen is.
De begroting bestaat uit een algemeen deel, waarin de kosten die samenhangen met het algemeen bestuur, het strategisch beraad en de economische ambitie en daarop gebaseerde uitvoeringsprogramma’s zijn opgenomen en deelbegrotingen per bestuurscommissie. Daarnaast wordt ook de bijdrage voor de BV REWIN West-Brabant in de begroting verwerkt.
In de begroting wordt in het algemene deel aangegeven de door elke deelnemer voor het jaar, waarop de begroting betrekking heeft, verschuldigde bijdrage.
Hierbij wordt onderscheid gemaakt in:
Economische Zaken;
Mobiliteit;
Ruimtelijke Ontwikkeling;
Arbeidsmarktbeleid;
Collectieve taken;
Facultatieve taken;
Uitvoeringstaken.
Voor de berekening van de in het vorige lid bedoelde bijdrage, wordt voor het algemeen deel uitgegaan van het inwoneraantal op 1 januari van het jaar, voorafgaand aan dat, waarvoor de bijdrage verschuldigd is. Voor de vaststelling van de aantallen inwoners worden aangehouden de door het Centraal Bureau voor de Statistiek openbaar gemaakte bevolkingscijfers. Naast het algemene deel, is de verschuldigde bijdrage van de deelnemende gemeenten afhankelijk van de activiteiten waaraan wordt deelgenomen.
De raden van de deelnemende gemeenten kunnen gedurende de wettelijke duur van de zienswijzeperiode, dan wel de duur die met de deelnemers overeengekomen is, bij het strategisch beraad hun zienswijze over de ontwerpbegroting naar voren brengen.
Het strategisch beraad stuurt de raden voor vaststelling van de begroting door het algemeen bestuur, een overzicht van ontvangen zienswijzen en een reactie daarop, toe.
HOOFDSTUK 6
Artikel 28
Meerjarenbeleidsplan, kaderbrief, begroting
Onderdeel van Gemeenschappelijke regeling Regio West-Brabant