Het uitgangspunt van de Wlb is dat nabestaanden de zorg dragen voor de uitvaart. De Wlb is alleen bedoeld als vangnet voor het geval er geen opdracht wordt gegeven tot lijkbezorging of omdat er geen nabestaanden zijn of dat deze weigeren de uitvaart te regelen. De gemeente heeft als taak om na te gaan of er nabestaanden zijn die zorg willen dragen voor de lijkbezorging en de bijhorende kosten. De afdeling Publiekscentrum zal het onderzoek uitvoeren met gebruik van de basisregistratie personen (BRP) en contact moeten zoeken met eventuele nabestaanden. Daarnaast wordt er onderzocht of de overledene een uitkering ontvangt van de gemeente of andere voorzieningen. De afdeling die daar verantwoordelijk voor is kan de afdeling Publiekscentrum voorzien van eventuele extra informatie. Ook wordt er contact opgenomen met een aantal andere bronnen, zoals politie, maatschappelijk werk, Centraal testamentenregister, andere uitkeringsinstanties, werkgever, buurtonderzoek ect.
Beleidsregel 3:
Het onderzoek naar de eventuele nabestaanden strekt zich bij de gemeente niet verder uit dan tot en met de 2e graad van bloed- en aanverwantschap, tenzij daartoe naar het oordeel van de burgemeester cq gemandateerde ambtenaar een bijzondere aanleiding bestaat.
Om te bepalen welke nabestaanden het eerst in beeld komen, wordt bij de erfrechtelijke rangorde aangesloten (zie artikel 4:10-12 BW). Het onderzoek naar de nabestaanden strekt zich bij de gemeente Waadhoeke niet verder uit dan tot en met de 2e graad van bloed- en aanverwantschap. Het onderzoek naar nabestaanden kan een tijdrovende klus zijn. Per geval wordt bepaald welke inspanningen daarvoor geleverd worden en binnen welk tijdsbestek dat wordt gerealiseerd. Daarbij wordt er rekening mee gehouden dat lijkbezorging uiterlijk binnen zes werkdagen na het overlijden dient plaats te vinden.
Ten aanzien van het opsporen en benaderen van nabestaanden zijn in de Wlb geen wettelijke voorschriften vastgelegd. Zoals bij iedere wettelijke taak geldt ook in dit geval dat de gemeente zich moet gedragen als een redelijk handelende overheid en zich aan de algemene beginselen van behoorlijk bestuur moet houden, in dit verband met name het zorgvuldigheidsbeginsel.
Beleidsregel 4:
De gemeente verricht geen bovenmatige inspanningen om nabestaanden op te sporen.
Van de gemeente mogen geen bovenmatige inspanningen worden verwacht om nabestaanden op te sporen. Blijkt uit de inspanningen van de gemeente en het onderzoek na de melding dat er vermoedelijk geen opdracht zal worden gegeven door een nabestaande, dan geeft de gemeente zelf opdracht in het kader van de Wlb. De inspanningen die worden geleverd voor het opsporen en benaderen van nabestaanden worden geregistreerd, zodat het mogelijk is achteraf verantwoording af te leggen aan bijvoorbeeld alsnog opgespoorde nabestaanden over de geleverde inspanningen.
Hoofdstuk 2.
Artikel 2.4