Naar hoofdinhoud
Beleidsregel 15: De gemeente pleegt een huisbezoek als er geen opdracht voor de uitvaart is gegeven door nabestaanden. Uitgangspunt van het huisbezoek is om te onderzoeken of er geld en/of goederen zijn die de kosten van de uitvaart vergoeden. In de Wlb staan geen regels over het bezoek aan de woonruimte van de overledene. In principe kan het worden beschouwd als ‘huisvredebreuk’ in de zin van artikel 138WvSr. Voor het strafrecht geldt immers, dat als de woonruimte zich nog in ongeschonden staat bevindt, zij bij de overleden bewoner nog ‘in gebruik’ is (HR 14 april 1981, NJ 1982, 421). Vaak wordt als grondslag voor binnentreden in de woonruimte aangevoerd dat de burgemeester verantwoordelijk is voor de openbare orde, veiligheid en volksgezondheid en daarom noodmaatregelen kan treffen, zoals sluiting van een woning en afsluiten van de gastoevoer. Het binnentreden van de woonruimte wordt dan wel als een dergelijke ‘noodmaatregel’ aangemerkt, gebaseerd op artikel 172 Gemeentewet. Hoewel de juridische grondslag omstreden is, dient in dat geval een belangenafweging plaats te vinden tussen enerzijds de openbare orde en de verantwoordelijkheid voor de lijkbezorging en anderzijds het respect voor de overledene en de nabestaanden. Het plegen van een huisbezoek wordt als standaard aangehouden als er geen opdracht voor de uitvaart wordt gegeven door nabestaanden. De genoemde belangenafweging is al bij voorbaat gemaakt. De Algemene wet op het binnentreden blijft onverkort van toepassing als in een concreet geval tot binnentreden van een woning wordt overgegaan. In die wet zijn de vormvoorschriften geregeld die in acht moeten worden genomen bij het binnentreden van een woonruimte. Dit betekent onder andere dat: een schriftelijke machtiging door de burgemeester moet zijn afgegeven; (Dat is niet vereist bij voorkoming of bij bestrijding van ernstig en onmiddellijk gevaar voor de veiligheid van personen en/of goederen); terstond in de woning moet worden binnengetreden; enkel kan worden binnengetreden door personen die bevoegd zijn verklaard (gemandateerd of ondergemandateerd); binnentreden gebeurt met inachtneming van de overige ter zake geldende regels, zoals de legitimatieplicht en de verplichting om van het binnentreden een verslag op te maken. Beleidsregel 16: De woonruimte van de overledene wordt betreden door twee daartoe gemachtigde ambtenaren van de gemeente, een en ander in overleg met de eventuele verhuurder. De woonruimte wordt alleen betreden in het bijzijn van een collega en hierbij wordt zeer zorgvuldig te werk gegaan. Alles gaat in overleg met de eventuele verhuurder (voor de sleutel). Ambtenaren van de Gemeente Waadhoeke die dergelijke huisbezoeken afleggen zijn hiertoe bevoegd en gemachtigd door de burgemeester. De bevindingen van het huisbezoek worden vastgelegd in een rapportage.

Rechtspraak bij dit artikel