In deze beleidsregel wordt verstaan onder:
Arbeidsmigrant: een persoon die vanwege economische motieven naar de gemeente Altena komt om een inkomen te verwerven en hier tijdelijk verblijft;
BRP: Basisregistratie Personen. In de BRP staan persoonsgegevens van inwoners in Nederland (de ingezetenen) en van personen in het buitenland die een relatie hebben met de Nederlandse overheid (de niet-ingezetenen);
Huisvesting: het aanbieden van huisvesting aan arbeidsmigranten;
Geclusterde huisvesting: huisvesting in een hoofdgebouw door middel van kamerverhuur met gedeelde voorzieningen of door middel van zelfstandige wooneenheden dan wel een combinatie van beide;
Tijdelijke huisvesting: huisvesting in een hoofdgebouw, waar een persoon maximaal 1 jaar aaneengesloten verblijft. Indien een persoon korter dan 3 maanden afwezig is van de betreffende locatie wordt dit nog gezien als aaneengesloten verblijf;
Permanente huisvesting: huisvesting in een gebouw, waar de persoon langer dan een jaar verblijft;
Kamerverhuur: woonvorm waarbij sprake is van woonruimte waarbij de bewoner afhankelijk is van één of meer gedeelde wezenlijke voorzieningen buiten die woonruimte, waarbij keuken, toilet badkamer en douche al wezenlijke voorzieningen worden aangemerkt.
Zelfstandige wooneenheid: een woning met een eigen toegangsdeur die van binnen en buiten op slot gedaan kan worden en waarbij in de woning in elk geval een eigen woon(slaap)kamer, een eigen keuken inclusief kookgelegenheid en een eigen toilet met waterspoeling aanwezig is;
Bestaande huisvesting: huisvesting die op het moment van aanvraag voor een nieuwe huisvesting mag worden gebruikt krachtens een omgevingsvergunning dan wel waarvoor reeds vóór dat tijdstip een ontvankelijke aanvraag is ingediend en welke verleend kan worden en huisvesting op locaties waar het bestemmingsplan of beheersverordening het gebruik als kamerbewoning rechtstreeks toelaat;
Reguliere woning(en): gebouwen die in het bestemmingsplan of beheersverordening zijn aangeduid als wonen, woning of bedrijfswoning;
Tijdelijke gebouwen: Een gebouw dat met een vergunning voor een bepaalde periode mag worden gebouwd en/of gebruikt;
Bestaand vastgoed: een gebouw, niet zijnde een tijdelijk gebouw, dat aanwezig is op het moment van inwerkingtreding van deze beleidsregel;
Nieuwbouw: een gebouw dat voor een onbepaalde periode wordt gerealiseerd;
Kern of Kernen: het bestaand stedelijk gebied zoals aangeduid op de thema kaart stedelijke ontwikkeling in de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant van de provincie;
Buitengebied: gebieden die in de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant van de provincie zijn aangeduid als gemengd landelijk gebied of landelijk gebied;
Rand Kern: de gebieden die in de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant van de provincie zijn aangeduid als verstedelijking afweegbaar;
Recreatieterrein: percelen waarop volgens het geldende bestemmingsplan of beheersverordening is toegestaan verblijfsrecreatie te hebben. Daaraan wordt in ieder geval verstaan percelen met de bestemming of nadere aanduiding recreatie, recreatieterrein, recreatiebedrijf of camping;
Bedrijventerrein: een terrein van minimaal 1 hectare bruto, dat vanwege zijn bestemming bestemd en geschikt is voor gebruik door handel, nijverheid, commerciële en niet-commerciële dienstverlening en industrie. Onder deze definitie vallen tevens (delen van) werklocaties die gedeeltelijk bestemd en geschikt zijn voor kantoren;
Nabij bedrijventerrein: binnen een afstand van 500 meter vanaf de bestemmingsgrens van een bedrijventerrein, mits de locatie niet in de kern is gelegen;
Agrarisch bedrijf: inrichting die tot een, krachtens artikel 1.1, derde lid, Wet milieubeheer, aangewezen categorie behoort en die is gericht op het voortbrengen van producten door het telen van gewassen of door het houden van dieren, zijnde: een (vollegronds)teeltbedrijf, een veehouderij, een glastuinbouwbedrijf of een overig agrarisch bedrijf
Erf van bedrijf: Al dan niet bebouwd perceel of een gedeelte daarvan dat direct is gelegen bij een hoofdgebouw en dat in feitelijk opzicht is ingericht ten dienste van het gebruik van dat gebouw;
Shortstay: een verblijfsduur van een arbeidsmigrant voor een aaneengesloten periode van maximaal 3 maanden;
Midstay: een verblijfsduur van een arbeidsmigrant voor een aaneengesloten periode van 3 maanden tot maximaal 1 jaar.:
Hoofdstuk 1
Artikel 1