Naar hoofdinhoud
1.. Onverminderd het bepaalde in artikel 10:3 van de Algemene wet bestuursrecht zijn de artikelen 2, 3, 4 en 5 niet van toepassing op de taken en bevoegdheden inzake: artikel 160, lid 1, aanhef en onder b, e, f, g; artikel 160 lid 2 Gemeentewet; artikel 169 Gemeentewet en artikel 170 van de Gemeentewet; besluiten tot vaststelling van besluiten van algemene strekking, waaronder algemeen verbindende voorschriften; besluiten tot vaststelling van beleidsregels als bedoeld in artikel 1:3, lid 4 van de Algemene wet bestuursrecht of van andere beleidsstukken; besluiten tot het aangaan bestuursovereenkomsten; besluiten tot het verlenen van mandaat, met uitzondering van het bepaalde in artikel 2, lid 2 besluiten die aan de goedkeuring of instemming van een ander bestuursorgaan zijn onderworpen; beslissen op een bezwaarschrift, tenzij hierin uitdrukkelijk anders is voorzien; besluiten tot benoeming of tot het vaststellen van een voordracht tot benoeming voor functies bij externe instanties, voor zover het college daartoe bevoegd is; besluiten die financiële verplichtingen voor de gemeente tot gevolg hebben waarbij die verplichtingen het bedrag van het door de raad bij begroting vastgestelde krediet overschrijden. 2.. Van het verleende mandaat mag geen gebruik worden gemaakt voor zover het gaat om het: nemen van een besluit: in afwijking van een beleidsregel als bedoeld in artikel 4:84 van de Algemene wet bestuursrecht; in afwijking van een wettelijk verplicht advies; dat niet past binnen het daarvoor bestemde budget of investeringskrediet; met toepassing dan wel inachtneming van artikel 169, lid 4 van de Gemeentewet; waarbij de gemandateerde een persoonlijke betrokkenheid heeft; voor individuele gevallen, die niet onder een algemeen verbindend voorschrift of een beleidsregel vallen; vaststellen van regels omtrent de ambtelijke organisatie; met uitzondering van de aan de secretaris voorbehouden bevoegdheden als bedoeld in artikel 4; verlenen, wijzigen of intrekken van vergunningen, ontheffingen en vrijstellingen ten behoeve van de gemeente zelf; nemen van besluiten over verzoeken om planschade en nadeelcompensatie; oninbaar verklaren van publiekrechtelijke vorderingen; het aan- en verkopen van onroerende zaken met uitzondering van: verkoop snippergroen; verkoop groenstroken tot een waarde van € 12.500, -; verkoop in exploitatie genomen gronden; vermarkten van gemeentelijk vastgoed, tenzij er sprake is van een lopende huur-, pacht- of opstalovereenkomst. het afgeven van een intentieverklaring of het sluiten van een intentieovereenkomst; het besluit tot het sluiten van een overeenkomst met een financiële waarde buiten de toegekende budgetten; het nemen van besluiten ten aanzien van alternatieve geschillenbeslechting, niet zijnde arbitrage of het voorleggen van geschillen aan scheidslieden, voor zover afspraken daarover vooraf schriftelijk zijn vastgelegd; besluit tot de oprichting van of de deelneming in rechtspersonen; besluit tot aanvaarding of afwijzing van erfstellingen/legaten/schenkingen; aanvragen van surseance van betaling en faillissement; het aanwijzen van, het sluiten van een arbeidsovereenkomst met en andere te nemen beslissingen ten aanzien van de functie van secretaris; aanwijzen van personen als vertegenwoordiger van de gemeente Losser in bestuurs- en toezichthoudende organen van publiekrechtelijke- en privaatrechtelijke rechtspersonen; instellen van en aanwijzen van personen in adviesorganen of in commissies als bedoeld in de artikelen 83 tot en met 85 van de Gemeentewet; indien de secretaris dat in een concreet geval te kennen heeft gegeven.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel