In afwijking van het bepaalde in de artikelen 2, 4 en 5 en met in achtneming van het bepaalde in de artikelen 8 en 9 wordt machtiging verleend aan uitsluitend de portefeuillehouder ten aanzien van de eigen portefeuille, of bij diens afwezigheid aan diens plaatsvervanger op basis van een daartoe schriftelijk vastgestelde regeling, ten aanzien van de volgende bevoegdheid:
het beslissen op bezwaarschriften tegen een primair door of namens het college genomen besluit en ten aanzien waarvan de Commissie Bezwaarschriften heeft geadviseerd het bezwaarschrift (kennelijk) niet-ontvankelijk of ongegrond te verklaren en dat advies wordt gevolgd.