**1..** Een vervoersvoorziening wordt alleen verstrekt aan de jeugdige, zoals bedoeld in artikel 2.3 lid 2 van de Jeugdwet.
**2..** Een vervoersvoorziening wordt alleen verstrekt ten behoeve van het vervoer van de jeugdige naar en van de locatie waar de jeugdhulp plaatsvindt.
**3..** Het toekennen van een vervoersvoorziening geschiedt alleen aan de jeugdige wanneer aantoonbaar is gemaakt dat er een noodzaak bestaat tot het inzetten van deze voorziening en dat bij gebrek aan deze voorziening de toegang tot jeugdhulp wordt onthouden. Er is sprake van een vervoersprobleem indien:
de jeugdige niet op eigen gelegenheid naar de locatie kan reizen vanwege een medische beperking of beperking in de zelfredzaamheid; en
er sprake is van beperkingen in de zelfredzaamheid van de ouders waardoor zij zelf niet kunnen voorzien in het vervoer; en
er geen sprake is van mogelijkheden in de sociale omgeving van de jeugdige om het vervoer te kunnen verzorgen; en
geen oplossing gevonden kan worden voor het vervoersprobleem door, al dan niet gedeeltelijk, gebruik te maken van een andere voorziening.
**4..** Er is sprake van een medische noodzaak, als de jeugdige indien nodig gebruik maakt van het openbaar vervoer of eigen vervoer, een beperking heeft met lopen, instappen of staan of indien er sprake is van desoriëntatie.
**5..** Er is sprake van beperkingen in de zelfredzaamheid, wanneer:
de leeftijd van de jeugdige het niet toe laat zelfstandig te reizen met openbaar vervoer, nadat is aangetoond dat ouders of andere personen in de naaste omgeving niet in staat kunnen worden geacht om zorg te dragen voor begeleiding, of
sprake is van ernstige gedragsproblemen welke reizen in het openbaar vervoer of eigen vervoer onmogelijk maken; of
andere redenen van niet-medische aard, die het zelfstandig of onder begeleiding reizen in het openbaar vervoer of eigen vervoer onmogelijk maken.
**6..** Onder geen enkele omstandigheid kan het ontbreken van financiële draagkracht van de ouder ten behoeve van de vervoerskosten worden beschouwd als een beperking in de zelfredzaamheid.
**7..** De jeugdprofessional legt de noodzaak tot inzet van de vervoersvoorziening bij een vorm van jeugdhulp vast in het ondersteuningsplan, zoals bedoeld in artikel 5 van de Verordening Jeugdhulp gemeente Drimmelen 2020.
**8..** De duur van de vervoersvoorziening is gelijk aan de duur die in de beschikking is vermeld of korter indien de betreffende individuele voorziening eerder eindigt.
**9..** Het inzetten van een vervoersvoorziening is beperkt tot het vervoer naar de meest dichtstbijzijnde aanbieder welke, naar redelijkheid, de meest minimaal noodzakelijke en passende zorg zou kunnen bieden. Dit is ter beoordeling van het college. De inhoud van de zorg is hierbij leidend.