De basis van deze bodemkwaliteitskaart is het identificeren van deelgebieden met onderscheidende gebiedskenmerken. De verwachting is dat de kwaliteit tussen deelgebieden kan verschillen als gevolg van de verschillende gebiedskenmerken. Op basis van de gebruikshistorie, de ontwikkeling van wijken of gebieden, het huidig gebruik en de verwachte bodemkwaliteit zijn de deelgebieden gedefinieerd. Binnen een deelgebied wordt de bodemkwaliteit homogeen verondersteld (vergelijkbare kwaliteit). In de eerder vastgestelde bodemkwaliteitskaart zijn voor de boven- en ondergrond in totaal 7 deelgebieden onderscheiden. De deelgebieden voor de Noordzijde N244 is uiteindelijk niet gezoneerd. De kwaliteitsklasse van de overige 12 deelgebieden is vervolgens vastgesteld en geclassificeerd als ‘Landbouw/natuur (Achtergrondwaarde – AW2000)’. Op basis van die uitkomst zijn deelgebieden samengevoegd op basis van bodemtype (klei en zand). Voor deze bodemkwaliteitskaart is in overleg met de gemeente uitgegaan van de (samengevoegde) bodemkwaliteitszones zoals die in de eerder vastgestelde bodemkwaliteitskaart zijn gedefinieerd.
Er is een indeling gemaakt voor de bovengrond (traject vanaf het maaiveld tot en met 0,5 meter diepte) en de ondergrond (traject vanaf 0,5 meter diepte tot en met 2,0 meter diepte). De volgende deelgebieden zijn onderscheiden:
Zone West (boven- en ondergrond).
Zone Oost (boven- en ondergrond).
Het is de verwachting dat er geen clustering van hogere of lagere PFAS-gehalten voorkomt in de gemeente. Met deze verwachting worden voor de PFAS-verbindingen in het horizontale vlak de hiervoor benoemde deelgebieden samengevoegd waardoor 1 PFAS-deelgebied ontstaat. PFAS-verbindingen kunnen voor komen in de geroerde bodemlagen. Hierbij is tot 1 meter diepte aangehouden. De bodemlaag dieper dan 1 meter is vooralsnog niet verdacht voor PFAS-verbindingen. In het verticale vlak worden voor de PFAS-verbindingen 2 bodemlagen onderscheiden: (1) vanaf het maaiveld tot 0,5 meter diepte en (2) vanaf 0,5 meter tot 1,0 meter diepte onderscheiden. Deze bodemlagen zijn mogelijk verdacht voor verhoogde gehalten aan PFAS-verbindingen door atmosferische depositie, grondroering en uitspoeling van de bovengrond naar de ondergrond.
Hoofdstuk 3
Artikel 3.2
Stappen 2 en 4: Onderscheidende gebiedskenmerken en indelen bodembeheergebied in deelgebieden
Onderdeel van Bodemkwaliteitskaart gemeente Purmerend