De commissie brengt haar in artikel 2 bedoelde bevindingen uit op
basis van de namen en eventuele verdere gegevens die de Commissaris
haar verstrekt en op basis van mondelinge en schriftelijke
informatie die de door haar ontvangen kandidaten geven, zulks na
weging van een en ander.
De commissie doet het in artikel 2 bedoelde verslag vergezeld gaan
van een conceptaanbeveling van tenminste twee kandidaten, in
voorkeursvolgorde, die naar haar oordeel voor de benoeming in
aanmerking komen. De commissie vermeldt daarbij ten aanzien van
iedere kandidaat de motieven die tot haar oordeel hebben
geleid.
De beraadslagingen in de raad over de bevindingen van de
vertrouwenscommissie vinden plaats met gesloten deuren. Ten aanzien
van de beraadslagingen en de stukken die aan de raad en de
Commissaris worden gezonden geldt een geheimhoudingsplicht.
Bij het opstellen van de aanbeveling betrekt de raad de bevindingen
van de vertrouwenscommissie. Het op schrift gestelde oordeel van de
vertrouwenscommissie voegt hij bij zijn aanbeveling.
De raad stelt, voordat de aanbeveling openbaar wordt elke op de
aanbeveling geplaatste kandidaat op de hoogte van het feit dat hij
of zij op de aanbeveling staat die aan de minister wordt
gezonden.
Het besluit tot vaststelling van de aanbeveling is openbaar, met
dien verstande dat de openbaarheid uitsluitend de als eerste
aanbevolen persoon betreft.
De aanbeveling van de raad wordt direct na vaststelling aan de
minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties gezonden.
Afschrift van de aanbeveling wordt gezonden aan de Commissaris.
De niet op de openbare aanbeveling voorkomende kandidaten worden
kort na de vaststelling van de aanbeveling schriftelijk
geïnformeerd.